02-05-2003
Trouw
Armand Serpenti


Randal Corsen laat Curaçaose jazz dansen

Het Caraïbisch gebied kent met zijn vele eilandjes een grote verscheidenheid aan muziekgenres, maar is tegelijkertijd één grote pot dampende salsa, op smaak gebracht met gemakkelijk uitwisselbare ingrediënten. Vooral op de Antillen schurken inheemse stijlen zich vrijelijk tegen tradities van naburige eilanden, en met voldoende ruimte voor improvisatie wordt de tropische ratatouille soepel in een jazzcontext geplaatst.

Exponent van deze muzikale 'meltingpot' is de Curaçaose pianist Randal Corsen. Zondag presenteerde hij in het Amsterdamse Bimhuis zijn nieuwe cd 'Evolushon'. Een mengelmoes van Antillianen, Cubanen, Nederlanders en Surinamers (grotendeels gearriveerde dertigers en veertigers) hoorden sprankelende melodieën en stuwende dansritmes die, dankzij de nooit jachtige tempi, heel sensueel aandeden.

Hecht samenspel en een geweldige timing typeerden het optreden van Randal en zijn minstens zo melodieus spelende eilandgenoten Eric Calmes op contrabas en Pernell Saturnino achter de conga's, terwijl Cubaan Liber Torriente vanachter de drums de pulse bewaakte. Een soort verklankte 'Baila ban', de traditionele Antilliaanse dans waarbij de partners, zonder elkaar aan te raken, maar wel dicht op elkaar dansend, een symbiose aangaan.

Corsen laat veel ruimte in zijn pianospel dat soms de klassiek impressionistische, dan weer de latin- of jazzhoek uitfladdert. Stijlambigue akkoorden plaatst hij plagerig prominent op de voorgrond en hij weet met minimale middelen altijd de lange lijn van de compositie te suggereren. Daarnaast toont de componist van vrijwel het hele repertoire op de cd zich een begenadigd arrangeur die met een grote variatie in dynamiek de stukken van de nodige climaxen en anticlimaxen (plotselinge stops) voorziet.

Hoe vrolijk en gemoedelijk de sfeer in de goed gevulde zaal ook was, het bleef een door kille muren omsloten zonovergoten zindering die je echt op een buitenlocatie moet horen. Wat dat betreft ademt de cd een meer gevarieerde sfeer, waarin je, mocht de context het eisen, onverwacht opspelende onderbuikgevoelens gemakkelijk met cerebraal luisteren in toom kunt houden.

Dat geldt zeker voor tracks als 'Rib'un Djadumingu', waarin gastsaxofonist David Sánchez zijn tenor in rauwe soullijnen over de in elkaar hakende ritmes drapeert of 'Costa Firme' met een glanzende, aan de groove plakkende solo van gastgitarist Leonardo Amuedo. In al zijn vitaliteit springt de titeltrack eruit met een op het aloude tambú-dansritme (nog steeds ongekend populair tijdens het Curaçaose carnaval) geënte fusie van Caraïbische muzikale veelzijdigheid en vurige jazz.

Ze was niet aangekondigd, maar toen we haar tijdens het concert zagen rondlopen hoopte iedereen toch stiekem op een gastoptreden van de Curaçaose zangeres Izaline Calister. Waarschijnlijk was ze niet goed bij stem omdat ze zich slechts opwierp als verkoopster van de cd, waarop we wel volop kunnen genieten van haar warme stem en ritmische dictie van het papiamento.