6-09-2004
Het Parool
Jaïr Tchong


Sprankelende salsa

Tumbábo brengt klassiekers uit het Antilliaanse songbook in een eigentijds jasje. Met dit orkest wil pianist Randal Corsen de muziek van de Antillen wereldwijd onder de aandacht brengen.

Tijdens het afgelopen North Sea Jazz Festival bleek Tumbábo één van de grootste verrassingen. Dit zestienkoppig orkest bood een spraiikelend eerbetoon aan Antilliaanse muzikale grootheden, zoals Rignald ‘Doble R’ Recordino, Oswin ‘Chin’ Behilia, Macario Prudencia en Rudy Plaate. Namen die onder Antillianen heel bekend zijn, maar hier veelal slechts wenkbrauwen doen fronzen. Onterecht, meent Randal Corsen: ‘Zoveel prachtige Antilliaanse muziek is hier onbekend, terwijl men inmiddels wél allerlei Cubaanse klassiekers kent. Met Tumbábo brengen we daar hopelijk verandering in.’

Corsen is erg tevreden over de mogelijkheden van deze bezetting. ‘Met drie trompettisten en drie trombonisten, plus vier percussionisten en drie vocalisten, kan ik me als arrangeur helemaal uitleven. Bij het arrangeren heb ik me laten inspireren door zowel de klassieke, New-Yorkse salsa van Eddie Palmieri, als de hedendaagse salsa van de Venezolaanse groep Guaco, die met drumkit en elektrische gitaren heel anders klinkt. Maar ook Antilliaanse tumba en Amerikaanse funk behoren tot het idioom van Tumbábo.’

Corsen kent wel de beperkingen voor musici op de Antillen. ‘Kijk, het blijft een eiland, dus de mogelijkheden voor vooruitstrevende muzikanten zijn beperkt. Risico nemen als artiest is minder gebruikelijk dan ik graag zou zien. Maar er is wel steeds meer contact tussen wat hier wordt gedaan en daar. Het is mooi om te zien dat Antilliaanse muzikanten toch meer hun nek uit durven te steken.’

‘Als Antillianen komen kijken naar Tumbábo zijn ze meestal laaiend enthousiast. Wat wij doen is een vorm van cultuurbehoud omdat op de Antillen deze nummers vaak niet eens meer worden gespeeld. Volgend jaar wil ik met Turnbábo naar de Antillen.’

Een belangrijk onderdeel van het Tumbábo-repertoire is de ‘salsa Antiyana’ (Antilliaanse salsa). Zelfs salsaliefhebbers weten vaak niet van het bestaan van een specifiek Antilliaanse salsavariant. Corsen: ‘Macario Prudencia, geboren op Bonaire, was een pionier van de salsa Antiyana, een stijl op zichzelf. Dat ritme wordt toegeschreven aan hem. Prudencia schreef fraaie, dubbelzinnige en humoristische teksten. Ik koos voor hem, omdat hij veel sporen heeft achtergelaten binnendeAntilliaaiise muziek.’

Corsen doorkruist als pianist en docent aan twee conservatoria verschillende werelden en speelt even gemakkelijk in het Bimhuis als tijdens salsaconcerten. Hoe speelt hij dat klaar?

‘Aan liet conservatorium werd ik vaak bestempeld als latin pianist. Ik zou dús geen geschikte tirning hebben voor jazz. Dat was een vreemde gewaarwording, waardoor ik zelfs enige afkeer ontwikkelde tegen jazz. Maar nadat ik me daar overheen had gezet, ben ik er ingedoken. Keith Jarrett, Bill Evans, Herbie Hancock en McCoy Tyner: eindeloos schreef ik hun solo’s uit om ze te bestuderen. Maar of je nu bop speelt of swing of latin-jazz of salsa, een persoonlijke interpretatie is altijd interessanter dan de toonladders. Iedereen kan wel ingenieuze ladders instuderen, frasering is al veel persoonlijker. Dat heb ik geleerd door naar al die jazz-giganten te luisteren. Uiteindelijk had ik het geluk dat mijn hoofdvakdocent aan het conservatorium mij de vrijheid bood om te werken niet mijn Antilliaanse roots.’