17-08-2006
Antilliaans Dagblad
(Curaçao)
Interview Antilliaans Dagblad
door Sharlon Monart


Genieten, maar met discipline

“Talent en discipline moetje in evenwicht houden. Beiden zijn nodig. Sommige artiesten hebben veel talent, maar slagen niet door gebrek aan discipline. Anderen zijn I duidelijk mindere talenten, maar maken dat ruimschoots ' goed met discipline en een enorme 'drive' om te slagen.”

Door Sharlon Monart
Randal Corsen, de veelzijdige Curacaose pianist, componist en arrangeur was al op jonge leeftijd heel realistisch over zijn bekwaamheden en beperkingen. Na een jaar Bouwkunde te hebben gestudeerd aan de Technische Hogeschool Eindhoven (tegenwoordig TUE, Technische Universiteit Eindhoven) besloot hij de techniek de rug toe te keren om naar het conservatorium te gaan.
"Velen probeerden mij goed bedoeld op andere gedachten te brengen. Zij zeiden bijvoorbeeld dat musici het moeilijk hebben om rond te komen. Maar ik had mijn overwegingen al gemaakt. Ik had de indruk dat ik met veel inzet een middelmatige bouwkundige zou worden. Dus zou ik waarschijntijk niet gemakkelijk aan opdrachten komen. Ik zou ook dan maar met moeite kunnen rondkomen." Corsen koos bewust voor wat hij het leukste vond. "Ik redeneerde zo: als ik zowel als bouwkundige en als musicus moeilijk kan rondkomen, dan wil ik musicus zijn. Dan geniet ik tenminste van wat ik doe."
Corsen heeft nooit spijt gehad van zijn keuze. Vijftien jaar later is muziek nos steeds 'zijn lust en zijn leven'. “Wanneer mijn moeder mij als peuter in de box zette en wilde dat ik stil was, zette zij altijd een plaat op waarop tante Irma verhaaltjes vertelde. Tussen de verhalen door was Curaçaose muziek te horen. Ik besef nu dat die muziek mij toen al fascineerde." De kleine Randal groeide op als een kind dat graag naar de radio luisterde. “lk genoot van aIles wat toen populair was: Doble R, de thema's van novela's (soaps) - niet dat ik naar novela's keek hoor -, noem maar op. Zal ik je jets geks vertellen? Toen al luisterde ik naar details in de muziek. Ik volgde het spel van de piano bijvoorbeeld. En wat de bas deed. Ik vroeg me toen al af waarom ik een lied mooi vond. Dat was soms door iets kleins dat de gitaar of de trompet ergens deed."
"Ik denk dat toen de basis werd gelegd voor mijn vaardigheid om instrumenten afzonderlijk te horen in een orkest. Als je een formatie van zestien man dirigeert, moet je kunnen horen wanneer bijvoorbeeld de tweede viool een fout maakt, om die te corrigeren. "
Toch benadrukt Corsen dat tussen zijn jongensjaren waarin vooral pianospel veel te zien en te horen was en zijn huidig werk, vele jaren van studie en oefening zitten. “Ik koos bewust voor het conservatorium en heb alle mogelijkheden daar aangegrepen om theorieën, technieken, tradities, enzovoort te leren. lk ben heel blij dat ik toen die investering heb gedaan, want nu ik werk is er gewoon minder tijd om echt te studeren. Naast repetities, persoonlijke oefeningen, componeren, arrangeren en het vele reizen van en naar optredens blijft er niet veel tijd over."
"Er zijn best veel Antillianen die een muziekopleiding volgen in Nederland of in de Verenigde Staten. En verschillende van hen schoppen het daarna heel ver, denk maar aan Izaline Calister, Eric Calmes, Pernell Saturnino, Tania Kross en anderen. Maar ik heb in de loop der jaren gezien dat onze houding vaak niet leergierig genoeg is. Het is waar dat wij met gemak veel meer ritmes en stijlen naspelen dan de doorsnee docent die wij tijdens de opleiding tegenkomen. Maar toch is het beter om goed naar die man of vrouw te luisteren- Het kan zijn dat als hij je honderd dingen vertelt, je er negenennegentig al weet. Maar dat honderdste ding dat je niet wist, kan een heel groot verschil uitmaken voor je
carriere. Je zult dat ene feit nooit horen als je neerkijkt op de docent omdat hij 'alleen maar een genre kent."
“Ik zie dat wanneer Antillianen tijdens hun studie al beginnen op te treden en ervaren wat het is om geld te verdienen en heel veel plezier te hebben, dat zij al gauw laat beginnen te komen voor hun les. Daama slaan ze lessen over. Maar later mis je die vorming." Corsen geeft een voorbeeld van hoe gebrek aan discipline nadelig werkt "Stel dat je aardig saxofoon kunt spelen. De saxspeler van een ensemble valt uit en de leider vraagt jou. Omdat er weinig tijd is om te repeteren, sturen zij je de partijen op bladmuziek. Daarbij krijg je aantekeningen over akkoordenschema's, transposities enzo. Als je net die lessen hebt overgeslagen omdat ze saai waren of 'te vroeg' in de ochtend werden gegeven, dan hebje nu een probleem. Je komt onvoorbereid op het optreden en ze vragen je nooit meer. En omdat de ‘scene’ k1ein is, horen ook andere bandleiders dat je niet betrouwbaar bent. Met alle talent sta je nu aan de kant door gebrek aan discipline." Corsen heeft veel respect voor lokale bands die het hoofd boven water weten te houden op de kleine markt die zij tot hun beschikking hebben. "Ik hoor af en toe
dat er wat wordt geëxperimenteerd met structuren en melodieën. Maar er worden geen risico’s genomen. Zoals Doble R vroeger in elk genre hits scoorde, hoot je niet meer. Ritmo kombiná is mooi, maar moet iedereen ineens 'live'-optredens uitbrengen? Zo kun je je teksten niet zo goed uitwerken en het lied niet zo goed afwerken zoals je dat in een studio zou doen. Maar nogmaals, ik heb respect voor entertainers die doen wat zij kunnen om in leven te b1ijven en weten in te spelen op wat de markt vraagt. Petje af hoor: ik zou dat niet kunnen." Corsen heeft de vrjjhejd om met zijn muziek een eigen markt te creëren. "Voor mij is dat niet moeilijk. Ik vind het leuk en doe het dus gaag. lk ga niet voor roem. Ik vind bet belangrjjk dat jazzlifthebbers in contact komen met onze folkloristische muziek.
Op mijn cd Evolushon combineerde ik onze muziek met jazz. Op mijn volgende cd ga ik een stap verder – de overgangen tussen het ene genre en het andere zijn minder opvallend. We hebben het in New York opgenomen, maar wachten even met het uitbrengen. Een andere cd van mij, 'Corsen plays Corsen' waarop ik werken van mijn overgrootvader Joseph Sickman Corsen speel, is ook net uit in Nederland." Het mooie van de Antillen en
dan vooral de muziek, is iets dat deze musicus altijd voorop wil stellen. “Misschien moeten succesvolle Antillianen in Nederland meer samenwerken en van zich laten horen wanneer negatieve dingen over Antillianen oplaaien. Zo van: Kijk naar mij - er zijn ook Antillianen die niet in de problemen raken."
"lk vind het heerlijk om met Antillianen te werken. Dan heb je veel meer kans om Antilliaanse accenten te leggen in de muziek. Jazz is en blijft voor mij iets watje samen doet. Als ik solo speel dee1 ik die vreugde met het publiek. In een ensemble - mijn favoriete setting is piano/bas/drums - dan 'converseer' je met de andere instrumenten. Tegenwoordig is jazz behoorlijk polyfonisch. Dus niet meer een solerende piano die wordt begeleid door bas en drums maar meer melodie en tegenmelodie, elkaar afwisselend of door elkaar."
"De opera in het Papiamentu die Tania Kross coordineert gaat iets moois worden. Ik zal er zeker een jaar voor uittrekken om operatradities te bestuderen om dan op bewuste wijze een eigen stijl te brengen die van onze cultuur is. De muziek moet op zichzelf kunnen staan. Zoals je bij Manuel de Falla (een Spaanse componist, red.) door de muziek alleen al aan Spanje denkt en bij Heitor Villa-Lobos aan Brazilie, zo moet je zonder het decor en het acteren te zien, door de muziek alleen al naar Curaçao en de Antillen worden gevoerd."